Zoeken op de site
Nederlands
Français
Identificeer U

U bent hier : ► InformatieplichtInformatieplicht

SOBEGAS CVBA

Belliardstraat 4-6
1040 BRUSSEL
        +32 (0)2 548 78 20
        +32 (0)2 548 78 29
KBO : 0437.498.605
FSMA : 63255A
Sobegas@sobegas.be

Informatieplicht

De nieuwe informatieplicht van de verzekeringstussenpersoon

De informatie- en adviesplicht is geen nieuwe verplichting in hoofde van de verzekeringstussenpersonen. Meerdere gerechtelijke uitspraken verwijzen ernaar. Het is sinds de wet van 22 februari 2006 tot wijziging van de wet van 27 maart 1995 betreffende de verzekeringsbemiddeling en verzekeringsdistributie dat deze verplichting in een wettekst is vastgelegd.

De verzekeringstussenpersoon heeft voortaan de verplichting om bepaalde inlichtingen schriftelijk aan zijn cliënt mee te delen.

Hierna vindt U vooreerst een korte samenvatting van de huidige situatie, waaraan de nieuwe wettelijke bepalingen geen afwijkingen aanbrengen.

I) Huidige situatie

De informatie- en adviesplicht van de verzekeringstussenpersoon is niet nieuw.

Deze verplichting is van toepassing gedurende de periode voorafgaand aan de onderschrijving van het contract en tijdens de volledige duur van de polis, alsmede na het voorvallen van een schadegeval.

De regel is dat het gaat om een middelenverbintenis.

Bij de beoordeling van de advies- en informatieplicht van de tussenpersoon wordt in de praktijk rekening gehouden met de kennis en de houding van de begunstigde van deze verplichting.

De beroepskennis en de ervaring van de cliënt op het vlak van verzekeringen speelt een belangrijke rol bij de beoordeling van de aansprakelijkheid van de verzekeringstussenpersoon inzake het niet-naleven van zijn advies- en informatieplicht. Deze wordt strenger beoordeeld indien de cliënt een privé-persoon is en minder streng indien het gaat om een handelaar.

De tussenpersoon is niet gehouden zijn cliënt een totale bijstand te verlenen en hij moet niet opdraaien voor hun onzorgvuldigheid of passiviteit. De cliënt moet zelf een minimum aan zorgvuldigheid aan de dag leggen om zijn eigen belangen te beveiligen, zoals een goed huisvader dit zou doen.

Indien een clausule zichtbaar, leesbaar en voor een leek verstaanbaar is en de cliënt geen verduidelijking vraagt aan de tussenpersoon, zal over het algemeen geoordeeld worden dat de tussenpersoon niet is tekortgeschoten aan zijn advies- en informatieplicht.

De bewijsplicht van het bestaan van de tekortkoming die aan de tussenpersoon verweten wordt rust op de verzekeringsnemer. Deze moet bovenop de advies- en informatieplicht van de verzekeringstussenpersoon ook de tekortkoming eraan bewijzen.

Vaak zal de verzekeringsnemer het bewijs moeten leveren van een negatief feit, nl. van het gebrek aan advies en informatie. Deze bewijslevering kan moeilijk zijn.

In de praktijk aanvaardt de rechter dikwijls een voldoende geloofwaardigheid als bewijs.

Artikel 1315 van het Burgerlijk Wetboek laat immers de rechter toe genoegen te nemen, in hoofde van de schuldeiser die het negatief feit inroept, met het bewijs van de verplichting en in hoofde van de schuldenaar die beweert bevrijd te zijn, met het bewijs van een tegengesteld positief feit.

Deze bewijslast schepte regelmatig problemen voor de tussenpersoon wanneer deze geen schriftelijk bewijs kon voorleggen van het advies en van de informatie die hij aan zijn cliënt had verstrekt.

II) Nieuwe bepalingen

1. De wet van 22 februari 2006 voert een Hoofdstuk II bis, "Informatievereisten" in de wet van 27 maart 1995 in

Deze beschikkingen zijn in werking getreden op 15 maart 2006.

Volgende inlichtingen moeten door de makelaar aan de cliënt worden gegeven :

  • informatie over de identiteit van de tussenpersoon en over de klachtenbehandeling ;
  • informatie over de werkwijze om tot een advies te komen ;
  • informatie over de verlangens en behoeften van de cliënt, en gemotiveerd advies.

Deze inlichtingen moeten voortaan schriftelijk worden verstrekt.

Deze inlichtingen moeten gegeven worden vóór de totstandkoming van het contract en, indien nodig, bij gelegenheid van de hernieuwing of van een wijziging ervan.

"Indien nodig", moet verstaan worden in de zin van "telkens als de hernieuwing of een wijziging van het contract een belangrijke wijziging met zich meebrengt", zoals bv. een uitbreiding of een herleiding van de dekking.

De informatieplicht is niet vereist wanneer de bemiddeling betrekking heeft op de dekking van grote risico's, m.a.w. van risico's in de zin van artikel 1, 7 van het K.B. van 22 februari 1991 houdende algemeen reglement betreffende de controle op de verzekeringsondernemingen.

De informatie moet worden meegedeeld:

  • op papier of op een andere duurzame drager die voor de cliënt beschikbaar en toegankelijk is ;
  • op een duidelijke, nauwkeurige en voor de cliënt begrijpelijke wijze ;
  • in één van de officiële landstalen of in elke andere taal die door partijen is overeengekomen.

Indien de verzekeringsdekking onmiddellijk ingaat, of in geval van telefonische verkoop, mag de informatie, op verzoek van de cliënt, mondeling worden meegedeeld. In dat geval wordt de informatie onmiddellijk na het afsluiten van het contract schriftelijk aan de cliënt verstrekt.

Waaruit bestaat meer bepaald de aan de cliënt te verstrekken informatie ?

A) Informatie betreffende de tussenpersoon en de klachtenbehandeling

  • zijn identiteit en adres ;
  • het register van de verzekeringstussenpersonen waarin hij ingeschreven is en zijn inschrijvingsnummer (hetzij zijn FSMA-nummer en de categorie waarin hij ingeschreven is) ;
  • naam en adres van de verzekeringsonderneming waarin hij een rechtstreekse of onrechtstreekse deelneming van meer dan 10 % van de stemrechten of van het kapitaal bezit ;
  • naam en adres van de verzekeringsonderneming (of van haar moederhuis) die een rechtstreekse of onrechtstreekse deelneming van meer dan 10 % van de stemrechten of van het kapitaal van de verzekeringstussenpersoon bezit ;
  • naam en adres van de instantie waarbij klachten over verzekeringstussenpersonen kunnen ingediend worden (m.a.w. de Ombudsdienst van de verzekeringen, gevestigd te 1000 Brussel, de Meeûsplantsoen 35).

B) Inlichtingen over de werkwijze om tot het advies te komen

De verzekeringsmakelaar moet zijn cliënt laten weten :

  • of hij zijn advies steunt op een onpartijdige analyse. In dit geval, verbindt hij zich ertoe een voldoende aantal op de markt aangeboden verzekeringsovereenkomsten te onderzoeken, teneinde aan de cliënt, in functie van professionele criteria, het contract te kunnen aanbevelen dat het best aan zijn behoeften voldoet ;
  • of hij zijn advies niet steunt op een onpartijdige analyse. Op verzoek van de cliënt, moeten naam en adres worden meegedeeld van de verzekeringsondernemingen met wie hij werkt of met wie hij kan werken.

De verzekeringsagent moet aan zijn cliënt melden dat hij onderworpen is aan een exlcusiviteitsverplichting, m.a.w. dat hij de contractuele verplichting heeft om uitsluitend met één of meerdere welbepaalde verzekeringsondernemingen te werken.

De cliënt moet op de hoogte worden gebracht van zijn recht om dergelijke informatie te vragen.

C) Inlichtingen over de motieven die de keuze van het aanbevolen produkt rechtvaardigen

Artikel 12 bis § 3 is als volgt geformuleerd :

"Voorafgaand aan de sluiting van een verzekeringsovereenkomst identificeert de verzekeringstussenpersoon, in het bijzonder rekening houdend met de door de cliënt verstrekte informatie, ten minste de verlangens en behoeften van deze cliënt, en preciseert de elementen waarop zijn advies over een bepaald verzekeringsproduct is gebaseerd.

Deze preciseringen variëren in functie van de graad van ingewikkeldheid van de aangeboden verzekeringsovereenkomst."

De verzekeringstussenpersoon moet dus aan de cliënt de geschikte vragen stellen, zijn behoeften onderzoeken in functie van de verstrekte inlichtingen, en hem op basis daarvan op gemotiveerde wijze de aangepaste oplossingen voorstellen.

2. Fiches

Op praktisch vlak werden, ingevolge sectoriële onderhandelingen tussen Assuralia en de beroepsverenigingen die de verzekeringstussenpersonen vertegenwoordigen (FVF, Feprabel en BVVM) drie fiches op punt gesteld. Deze fiches hernemen de verschillende punten die met de cliënt besproken moeten worden en omtrent dewelke aan de cliënt inlichtingen moeten worden verstrekt. Het gaat in feite om vragenlijsten die als check-list dienen.

Deze drie fiches betreffen :

  • de levensverzekering,
  • het sparen of beleggen via een levensverzekering,
  • de verzekeringen niet-leven.

De eerste twee fiches hernemen in detail alle aan de cliënt te stellen vragen, met het oog op het bepalen van zijn beleggersprofiel, en alle kenmerken van het produkt (klassieke levensverzekering, sparen of beleggen via een levensverzekering).

De fiche "levensverzekering" kan bijvoorbeeld gebruikt worden voor de bedrijfsleidersverzekeringen, de klassieke levensverzekeringen (tijdelijke overlijdensverzekeringen, schuldsaldoverzekeringen), de contracten gewaarborgd inkomen. Aangezien het over het algemeen geen pure beleggingsproducten betreft, is het minder noodzakelijk het beleggersprofiel van de cliënt nader uit te diepen, behalve indien hij opteert voor een product zonder garantie (kapitaal-interest). Indien het een product zonder gewaarborgd kapitaal betreft, zal het gemotiveerd advies eveneens rekening moeten houden met de financiële situatie van de cliënt teneinde een adequate verdeling van de risico's te beogen.

De fiche "sparen of beleggen via een levensverzekering" moet wel in detail het beleggersprofiel van de cliënt onderzoeken, zijn specifieke verlangens en zijn financiële behoeften, alsmede zijn graad van kennis van de produkten, vooral indien hij geen garantie (kapitaal-interest) wenst.

De fiche voor een verzekering niet-leven is veel minder gedetailleerd aangezien voor de standaardvragen erin verwezen wordt naar het verzekeringsvoorstel.

Het gebruik van deze fiches is niet verplicht. Het is de verzekeringstussenpersoon dus toegelaten de informatie vervat in de fiches via andere instrumenten of methodes aan de cliënt over te maken. Het gebruik van de fiches wordt niettemin ten zeerste aanbevolen.

Alle vereiste informatie en alle punten die met de cliënt besproken moeten worden zijn erin opgenomen. Deze fiches zullen derhalve een zeer nuttig hulpmiddel zijn om een concrete inhoud aan uw informatieplicht te geven.

Uw rendabiliteit zal er niet onder lijden. Integendeel, na korte tijd zullen op deze wijze uw relaties met uw cliënten nog professioneler overkomen, aangezien duidelijk zal blijken dat alle vragen die een serieuze tussenpersoon aan zijn cliënt moet stellen aan de dagorde zijn geweest.

Deze fiches moeten niet ondertekend zijn, maar het is aangeraden tot ondertekening ervan over te gaan, teneinde problemen te vermijden mochten in de toekomst geschillen ontstaan. Zij moeten in twee exemplaren worden opgesteld.

Indien deze fiches met voldoende ernst worden ingevuld, zullen deze U inderdaad in de mogelijkheid stellen te bewijzen dat U uw informatieverplichting correct nagekomen bent. Op deze wijze zal U een geschrift hebben, wat een aanmerkelijke verbetering is in vergelijking met vroeger waar er dikwijls slechts het woord van de tussenpersoon tegen het woord van de cliënt was.

Indien de cliënt het advies van de verzekeringstussenpersoon niet volgt, is het aangeraden dit te vermelden in het kader "Specifieke motivering" op de laatste bladzijde van de fiche.

De toelichtingsnota door de sector opgesteld vermeldt daarenboven dat de fiche aan de verzekeraar kan overgemaakt worden teneinde van hem de bevestiging te krijgen dat aan de specifieke vragen van de cliënt in de voorwaarden van het voorgestelde contract wordt tegemoetgekomen.

De FSMA heeft de oppuntstelling van deze fiches goedgekeurd en het gebruik ervan wordt door haar als een goede praktijk bestempeld. De miskenning van de naleving van de informatieplicht kan gesanctionneerd worden door de wet van 6 april 2010 betreffende marktpraktijken en consumentenbescherming.

Indien U bij het invullen van deze fiches een vergissing begaat of iets vergeet, zal onze waarborg verworven zijn. Indien U echter weigert om gebruik te maken van deze fiches, zal U geen beroep kunnen doen op onze waarborg.

3. Gedragscode inzake reclame en informatieverstrekking over individuele levensverzekeringen

In 2006 gingen de verzekeraars over tot een enquête teneinde de perceptie van het brede publiek over de levensverzekering en hun verwachtingen hieromtrent te kennen.

De specificiteit van de producten en de complexiteit van de rechtsregels heeft tot gevolg dat deze producten niet altijd goed begrepen worden.

Daarom heeft de minister voor consumentenzaken een uitgebreide enquête betreffende de publiciteit voor financiële produkten laten uitvoeren bij de verzekeraars, bankiers en verzekeringstussenpersoon.

Dit onderzoek werd gedaan door de FOD Economie en de FSMA.

Dit leidde tot de vaststelling dat, in het bijzonder voor de produkten van tak 23, er een grote vraag naar duidelijkheid bestaat. De consument wenst vooral meer te vernemen omtrent de kosten en het rendement van de aangeboden contracten.

Zo kwam de gedragscode inzake reclame en informatieverstrekking over individuele levensverzekeringen tot stand.

Deze werd op punt gesteld door de beroepsvereniging van verzekeringsondernemingen Assuralia en de beroepsverenigingen van de verzekeringstussenpersonen Feprabel, BVVM en FVF.

Deze code is in werking getreden op 1 januari 2007.

De gedragscode is gesteund op 2 basisprincipes :

  • de cliënt moet, vóór de ondertekening van een contract, een gedetailleerde informatie ontvangen ;
  • de financiële produkten moeten voldoende duidelijk zijn en een welbepaalde reeks inlichtingen bevatten.

A) Precontractuele informatie

Voor de levensverzekeringen en voor het sparen of beleggen via een levensverzekering, moet de verzekeringstussenpersoon aan de cliënt een gemotiveerd advies geven aan de hand van een standaardfiche, "financiële infofiche levensverzekering" genaamd.

Deze fiche wordt door de verzekeraar aan de makelaar overhandigd en deze laatste is ertoe gehouden deze aan de cliënt te overhandigen zonder enige wijziging erop aan te brengen vóór de ondertekening van het contract.

Hij moet dit document met de cliënt overlopen, zodat deze laatste kennis kan nemen van de voornaamste kenmerken van het product. De code is dus uitsluitend van toepassing op de individuele levensverzekeringen van tak 21 (levensverzekeringen niet verbonden met beleggingsfondsen), van tak 23 (levensverzekeringen verbonden met beleggingsfondsen), van een combinatie tussen deze takken en van tak 26 (kapitalisatieverrichtingen).

De financiële infofiche bestaat uit een welbepaald aantal rubrieken in functie van het type verzekering.

Deze rubrieken moeten altijd ingevuld worden, zelfs als ze niet van toepassing zijn.

B) Publiciteit

De gedragscode is eveneens van toepassing op alle reclame voor bovenvermelde produkten.

Een onderscheid moet worden gemaakt tussen "below-the-line reclame" en "above-the-line reclame".

Met "below-the-line reclame" wordt bedoelt alle product–reclame waarbij de consument onmiddellijk kan intekenen op het product. Bv.: brochure, direct marketing, e-mailing.

Bij "above-the-line reclame" heeft de consument deze mogelijkheid niet. Bv. : buitenaffiche, radio, SMS-bericht.

Minimum te verstrekken inlichtingen bij "above-the-line reclame"

Een onderscheid wordt gemaakt naargelang de takken.

De informatie heeft betrekking op het type verzekering, de waarborgen, de doelgroep, het rendement, de kosten, de duur, de premie, de fiscaliteit, de modaliteiten voor afkoop/opname, …

Bij "below-the-line reclame", moet de cliënt onmiddellijk beschikken over alle nodige informatie

  • hetzij aan de hand van de financiële infofiche levensverzekering ;
  • hetzij door de financiële infofiche levensverzekering integraal terug te vinden op de publiciteit zelf.

C) Aansprakelijkheid

De gedragscode bepaalt wie verantwoordelijk is voor de overeenstemming van de inhoud van een reclame met de bepalingen van de gedragscode :

De verzekeraar is verantwoordelijk :

  • indien de tussenpersoon materiaal van de verzekeraar gebruikt zonder het te wijzigen ;
  • indien de reclame is opgemaakt door de tussenpersoon, maar goedgekeurd door de verzekeraar.

De tussenpersoon is verantwoordelijk voor elke andere publiciteit.

Het behoort steeds aan de verzekeraar om de "financiële infofiche levensverzekering" aan de tussenpersoon te overhandigen.

Het is aan de tussenpersoon in geen enkel geval toegelaten wijzigingen aan deze infofiche aan te brengen.

Wat betreft de productreclame door een tussenpersoon gevoerd, is het aangeraden dat hiervoor een conventie tussen de verzekeraar en de tussenpersoon opgesteld wordt. Dit wordt als een goede praktijk beschouwd. 

D) Naleving van de code

Het naleven van de gedragscode wordt beschouwd als een eerlijke handelspraktijk. Elke inbreuk erop kan derhalve gesanctionneerd worden op basis van de wet van 14 juli 1991 betreffende de handelspraktijken.

E) Controle op de naleving van de code

De tussenpersoon die zijn eigen reclame opstelt zonder de toestemming van de verzekeraars moet een verantwoordelijke aanstellen. Zoniet, zal de zaakvoerder verantwoordelijk zijn voor het naleven van de gedragscode.

De consument, een tussenpersoon of een verzekeraar kan een klacht indienen bij de Ombudsdienst van de verzekeringen indien een reclame blijkbaar niet voldoet aan de bepalingen van de gedragscode.



BVDA/AL/BG – 06.06.2007